Risicobeoordeling door een leasemaatschappij, hoe werkt het?

Risicobeoordeling door een leasemaatschappij, hoe werkt het?

Ondernemers vragen zich wel eens af hoe een leasemaatschappij een kredietaanvraag beoordeelt en waarin deze beoordeling verschilt ten opzichte van de beoordeling door een bank. Vooropgesteld: een bank noch een leasemaatschappij is een risico-financier. Zij zijn er dus beiden op gericht de risico’s te beperken. De reden hiervoor ligt voor de hand: krediet wordt verstrekt uit door spaarders ter beschikking gestelde middelen, die moeten altijd terugbetaald worden.

Kredietbeoordeling is een vak
De bank kijkt naar het bedrijf als geheel. De jaarrekening (balans plus resultaatrekening) wordt geanalyseerd op solvabiliteit, winstgevendheid en liquiditeit. Liquiditeit is belangrijk vanuit het oogpunt dat het verstrekte krediet terugbetaald moet kunnen worden uit de kasstroom van het bedrijf. Daarnaast wordt ook gekeken naar de waarde van zekerheden. Dit is relevant in het geval de kredietnemer niet in staat zou zijn om terug te betalen, wat zit er dan nog voor waarde in het bedrijf wat eventueel te gelde kan gemaakt worden. Al deze elementen samen leiden tot een ‘ja’, een ‘ja, mits’, of een ‘nee’. Het gewicht dat aan elk van deze elementen wordt toegekend, verschilt van bank tot bank.

Leasing is objectfinanciering
Een leasemaatschappij is bij uitstek objectfinancier. De kredietbeoordeling begint dan ook bij het object dat aangeschaft wordt en gefinancierd moet worden. Kernvraag is deze: is het een courant object? Dat wil zeggen: is er sprake van een mature tweedehandsmarkt met een transparante prijsvorming. Dat bepaalt dan weer het economisch waardeverloop van het object in de tijd. Bijvoorbeeld: een vrachtwagen (trekker) is uitermate courant, het waardeverloop is bekend, er is een levendige tweedehandsmarkt. Maar een op specificaties gebouwde 3D-printer, is op dit moment een stuk minder ‘courant’. Waar je voor een vrachtwagen altijd wel relatief makkelijk een koper zult vinden, ligt dat voor de 3D-printer anders. Je moet maar net een partij treffen die precies zo’n machine zoekt. Bovendien evolueert de technologie zo snel dat zelfs een nog jonge machine al snel verouderd kan zijn.

Voor een leasemaatschappij is het object de enige zekerheid voor het krediet. Ingeval de kredietnemer (lessee) niet in staat is de maandtermijnen te voldoen, zal het object teruggehaald en te gelde gemaakt worden. Om die reden heeft een leasemaatschappij specialisten in dienst die verstand hebben van de diverse objectencategoriën, zoals industriële machines, grondverzetmachines, transportmaterieel, ICT apparatuur enz. Zij hebben inzicht in het waardeverloop van deze objecten en kennen ook de toepassing ervan in de bedrijfsvoering. Op die manier kunnen ze niet alleen het waardeverloop inschatten, maar weten ze ook potentiële afnemers voor gebruikte objecten op te sporen.

Balans tussen debiteur en object
Natuurlijk kijkt een leasemaatschappij ook naar de kwaliteit van de debiteur, dus moet je niet raar opkijken dat de jaarrekening wordt opgevraagd. Maar voor een leasemaatschappij is de beoordeling een balans tussen de kwaliteit van het object en de kwaliteit van de debiteur. Is het waardeverloop van een object ongunstig, dan zal de kwaliteit van de debiteur prevaleren. Omgekeerd, als het object zeer courant is, is de kwaliteit van de debiteur minder doorslaggevend in de beoordeling. Om die reden kunnen leasemaatschappijen lastig innovatieve (niet-courante) objecten financieren voor een startend bedrijf. Maar als een gezond en volwassen bedrijf dezelfde aanvraag doet, is de kans groot op succes.

Leasing kent een lage ‘cost-of-risk’
Uit cijfers van de Europese koepel van leasemaatschappijen, Leaseurope, blijkt dat de werkelijke kredietverliezen (afboekingen) van leasemaatschappijen relatief laag zijn. De Leaseurope Index toont dat de afboekingen (‘cost of risk’) in 2015 0,28% bedroeg, in 2016 daalde die ratio verder naar 0,20%. Ook regelgevers zoals het Basel Committee erkennen dat leasing een relatief veilige vorm van financiering is en zijn in principe bereid een lager kapitaalbeslag te accepteren voor leasetransacties. Voor leasemaatschappijen is het echter door de veelheid aan objecten en objectcategoriën soms lastig voldoende statistisch relevant materiaal aan te leveren om in de Basel-modellen een significant verschil te maken.

Peter-Jan Bentein is secretaris-generaal van de NVL – Nederlandse Vereniging van Leasemaatschappijen, de branchevereniging van de in Nederland actieve equipment leasemaatschappijen. Tekst is geschreven op eigen titel.

Share this post